Lesbrief · groep 7 en 8
Op reis naar Papua
Een lesbrief in zeven delen over Papua: waar het ligt, wie er wonen, de geschiedenis die Papua en Nederland delen, en wat het bos betekent voor de Marind. Met werkbladen en een verdiepingsles.
DE VRAAG DIE STEEDS TERUGKOMT
Wie beslist over het land van de Papua’s, en wat heeft dat met ons te maken?
Groep 7 en 8
Geschreven voor de bovenbouw van de basisschool.
Vier lessen
Plus een verdiepingsles over nikkel en koper.
Zeven werkbladen
Met begin- en eindkaart en kaartjes voor de tijdlijn.
Gratis
Download de lesbrief en de werkbladen als PDF.
Zo is de lesbrief opgebouwd
Elke les begint met een stuk tekst om samen te lezen. Daarna gaan de leerlingen aan de slag met een werkblad. De vraag van de lesbrief komt in elke les terug.
De les in vier stappen
Les 1 · Welkom in Papua en Papua op de kaart
Waar ligt Papua en wie wonen er? Met de beginkaart en werkblad 1.
Les 2 · Een gedeelde geschiedenis
Voordat de Nederlanders kwamen, woonden de Papua’s al heel lang op Nieuw-Guinea
Les 3 · Circia en het bos, van bos naar plantage
Wat het bos betekent voor de Marind, en wat er verdwijnt als er een plantage komt. Met werkblad 3A en 3B.
Les 4 · Palmolie bij jou thuis en Sampai jumpa
De palmoliezoektocht met producten van thuis, en terugkijken op de reis. Met werkblad 4 en de eindkaart.
Verdieping · Is groen wel groen?
Over nikkel en koper voor schone energie, en wie daarvan de gevolgen merkt. Met werkblad 5.
Goed om te weten
| Voor | Groep 7 en 8 |
| Lessen | Vier lessen en een verdiepingsles |
| Duur | 60 min per les |
| Nodig | Atlas of digibord, verpakkingen van thuis |
| Kosten | Gratis |
Zo lees je de lesbrief
Drie soorten kaders
In de lesbrief kom je drie soorten kaders tegen. Zo zien leerlingen meteen of ze een feit lezen, een ervaring uit Papua of een vraag om over na te denken.
Dit weten we
Feiten die je kunt nazoeken, zoals hoe groot Papua is of wanneer iets gebeurde.
Een stem uit Papua
Wat iemand uit Papua vertelt of meemaakt, zoals Circia.
Denk mee
Een vraag om zelf over na te denken of in de klas te bespreken.
Deel 1
Welkom in Papua
Heb je wel eens van Papua gehoord? In Nederland horen we er weinig over. Toch is er een band met ons land. Misschien ken je zelfs iemand met Papua-roots.
We gaan op reis. Eerst vlieg je ongeveer 14 uur naar Jakarta. Dat is de hoofdstad van Indonesië. Daarna vlieg je nog 8 uur naar het oosten. Je landt in de stad Merauke, in het zuiden van Papua. Je bent dan ongeveer een dag onderweg.
Wie wonen er?
De mensen die hier al heel lang wonen, heten Papua’s. In Papua wonen meer dan 250 volken. Elk volk heeft een eigen taal, eigen verhalen en eigen gewoonten. Rond Merauke woont onder andere het volk de Marind. Later leer je Circia kennen. Zij is een Marind-vrouw.
“Selamat datang!” Dat is Indonesisch en betekent welkom. Indonesisch is de officiële taal. Veel Papua’s spreken daarnaast hun eigen taal.
Warm en groen
Laat je jas maar thuis. In Merauke is het meestal zo’n 30 graden. Er is een regentijd en een droge tijd. Merauke is een stad met winkels, scholen, een vliegveld en een haven. Rond de stad liggen dorpen. Daar leven veel mensen van het bos en de rivier. Op sommige plekken zijn geen wegen. Dan ga je lopend, met een prauw of met een klein vliegtuig. Een prauw is een boot gemaakt van een uitgeholde boomstam.

Papua’s wonen in steden en in dorpen. Het leven is overal anders. Er is dus niet één verhaal over alle Papua’s.
Naar school
Niet ieder kind kan makkelijk naar school. Soms is de school ver weg en rijdt er geen bus. Dat is per plek en per gezin anders.
Denk mee
- Wat weet jij al over Papua? Schrijf drie dingen op je beginkaart.
- Hoe kom jij naar school? En hoe lang duurt dat?
Deel 2
Papua op de kaart
Pak je atlas erbij. Boven Australië ligt een groot eiland: Nieuw-Guinea. Alleen Groenland is nog groter.
Het eiland bestaat uit twee delen. Het westen heet Papua en hoort bij Indonesië. Het oosten is een eigen land: Papoea-Nieuw-Guinea.

- Papua, hoort bij Indonesië
- Papoea-Nieuw-Guinea, een eigen land
Dit weten we
- Nederland heeft ongeveer 33.900 vierkante kilometer land. Het water, zoals het IJsselmeer, telt hier niet mee.
- Papua is ongeveer 420.000 vierkante kilometer. Het land van Nederland past er ruim 12 keer in.
- Het hele eiland is ruim 23 keer zo groot als het land van Nederland.
Merauke
Merauke ligt aan de zuidkust van Papua. Het is de grootste stad in het zuiden. In Papua wonen Papua’s en mensen uit andere delen van Indonesië. Er zijn veel nieuwe mensen bij gekomen. Daardoor zijn de Papua’s in hun eigen gebied vaak een minderheid. In Merauke komen ongeveer 70 van de 100 inwoners uit een ander deel van Indonesië.

Opdracht
Maak werkblad 1: Papua op de kaart. Je vindt de werkbladen bij de downloads onderaan deze pagina.
Deel 3
Een gedeelde geschiedenis
Denk mee
Wanneer begint de geschiedenis van Papua, denk je?
Het begin
Voordat de Nederlanders kwamen, woonden de Papua’s al heel lang op Nieuw-Guinea. Ze hadden hun eigen talen, verhalen en kennis van het bos en de zee. Ze waren een van de eerste volken op aarde die zelf landbouw bedachten. Met boten voeren ze naar andere eilanden om te handelen. Zo kwamen er ruim 2.000 jaar geleden zelfs bronzen bijlen uit Vietnam naar Papua. Papua was dus al lang verbonden met de rest van de wereld. De Papua’s maakten hun eigen geschiedenis.
Soms denken mensen dat Papua’s nog in de steentijd leven. Of dat ze pas door Europeanen de wereld leerden kennen. Dat klopt niet.
Dan komen er vreemden
Handelaren kwamen al eeuwenlang langs. Ze ruilden spullen. Maar dan komen er mensen van de andere kant van de wereld die iets anders doen. Stel je voor: ze komen op jouw strand, bouwen een fort en zeggen: dit gebied is nu van ons.
Zo ging het in 1828. Nederland maakte van het westen van het eiland een kolonie. Een kolonie is een gebied waar een ander land de baas is. Ook als daar al mensen wonen. In 1902 kwam er ook in Merauke een kantoor van het Nederlandse bestuur.
Zendelingen
In 1855 kwamen de eerste zendelingen naar Papua. Zij brachten het christelijk geloof. Ze bouwden ook scholen en ziekenposten. Nu zijn veel Papua’s christen. Hun geloof is voor hen belangrijk.
Toch keken veel Nederlanders neer op hoe Papua’s leefden. Dat gold voor bestuurders en ook voor zendelingen. Ze vonden hun eigen manier beter. Ze zagen niet hoeveel kennis, kunst en verhalen de Papua’s al hadden.
Ruim 130 jaar
Nederland bleef van 1828 tot 1962 in Papua. Dat is ruim 130 jaar. In die tijd gingen veel voorwerpen van Papua’s naar Nederland. Niet alles werd vrijwillig gegeven. Vanaf 1828 bepaalden vooral anderen wat er in Papua gebeurde. Eerst Nederland, later Indonesië. Zij bepaalden ook welke kennis belangrijk werd gevonden, bijvoorbeeld op school.
Papua’s willen een eigen land
In 1949 werd Indonesië een eigen land. Ook Indonesië was een Nederlandse kolonie geweest. Papua bleef nog Nederlands. Veel Papua’s wilden een eigen land. Maar in 1962 maakten Nederland en Indonesië een andere afspraak. Amerika zette hen daarbij onder druk. Papua zou aan Indonesië worden gegeven. Eerst bestuurden de Verenigde Naties het gebied een paar maanden. In 1963 nam Indonesië het over.
In 1969 kwam er een stemming. Willen we dat Papua bij Indonesië hoort? Maar niet iedereen mocht stemmen. Indonesië koos zelf een kleine groep mensen uit. Die werden onder druk gezet. Ze stemden allemaal ja.
Wat zat er in de grond?
Nederland zocht ook naar grondstoffen. In 1936 vond de Nederlandse onderzoeker Dozy een berg vol koper en goud.
In 1967 tekende Indonesië een contract met Freeport, een Amerikaans bedrijf. Freeport mocht koper en goud uit de berg halen. Dat was twee jaar vóór de stemming. Het was dus nog niet beslist of Papua bij Indonesië hoorde. Toch werd er al over de grond beslist. Aan de Papua’s werd niets gevraagd.
Voor regeringen en bedrijven was de grond vooral iets om geld mee te verdienen. Voor de mensen die er wonen, is het bos veel meer. Daarover gaat het volgende deel.
En in Nederland?
In Nederland wonen nog altijd mensen die uit Papua komen. Misschien zit er iemand bij jou op school. Daarom heet dit een gedeelde geschiedenis.
Dit weten we
- 1828 Nederland maakt van het westen van het eiland een kolonie.
- 1855 De eerste zendelingen komen naar Papua.
- 1949 Indonesië wordt een eigen land. Papua blijft Nederlands.
- 1962 Nederland en Indonesië maken een afspraak. Eerst gaan de Verenigde Naties Papua besturen.
- 1963 Indonesië neemt het bestuur over.
- 1967 Indonesië tekent een contract met Freeport over de berg.
- 1969 Een stemming met een kleine, uitgekozen groep.
Uitstapje: een rechte lijn
Kijk op de kaart naar de grens tussen Papua en Papoea-Nieuw-Guinea. Die is bijna kaarsrecht. Geen berg of rivier bepaalde die lijn. Hij werd op een kaart getrokken, ver weg van Papua. Het is dus geen natuurlijke grens.
Denk mee
- Wat wisten en konden de Papua’s al, lang voordat Nederland kwam?
- In 1967 werd een contract getekend over de berg. Dat was vóór de stemming. Vind je dat goed? Waarom wel of niet?
- Wat veranderde er door het Nederlandse bestuur? En voor wie?
- Hoe kun je iemand iets nieuws leren en ook respect hebben voor wat hij al weet?
Opdracht
Maak werkblad 2: een gedeelde geschiedenis. Je vindt de werkbladen bij de downloads onderaan deze pagina.
Deel 4
Circia en het bos van de Marind
Stel je voor: de supermarkt, de apotheek, de bouwmarkt en het graf van je opa en oma liggen op één plek. En die plek is het bos.
Zo is het voor veel mensen van het volk de Marind in het zuiden van Papua. Niet alle Papua’s leven zo. Maar het verhaal van de Marind laat zien wat een bos kan betekenen.
Eten en spullen uit het bos
De Marind eten sago, yams, papaya’s en bananen. Ze jagen en vissen. De sagopalm is het belangrijkst. Van het zachte binnenste van de stam maken ze sago. Dat is hun belangrijkste eten. Sago maken doen vooral de vrouwen. Ze werken samen, kletsen en eten samen. Het bos geeft ook materiaal. Van repen blad of bast vlechten ze een noken. Dat is een draagtas.
Het bos is familie
De Marind noemen planten en dieren ‘opa en oma’ of ‘broers en zussen’. Ze zien zichzelf als deel van het bos. Ze zijn er niet de baas over. In het bos liggen heilige plekken en graven van de familie. Als het bos verdwijnt, verdwijnen die plekken ook. Dan raakt de band met de voorouders kwijt.
Het bos is ook een school
Marind-kinderen gaan vanaf een jaar of acht mee het bos in. Daar leren ze van hun ouders, opa’s en oma’s. Welke paden neem je? Welke planten kun je eten? Hoe jaag je en hoe maak je sago? Ze horen ook verhalen over hoe planten en dieren zijn ontstaan. Die kennis staat niet in een boek. Ze wordt doorgegeven in verhalen, liedjes en door het samen te doen.
Rouwen om een bos
Circia is een Marind-vrouw uit Merauke. Samen met haar kinderen en kleinkinderen gaat ze naar een stuk bos. Het bos is gekapt om oliepalmen te kunnen planten. Het was een heilige plek van haar familie. Ze komen niet om te jagen. Ze komen om te rouwen, zoals je rouwt om iemand van wie je houdt die er niet meer is.
Ze zitten in een kring en vlechten samen één noken. Iedereen vlecht een stukje en geeft de tas door. Ze zingen harder dan de kettingzagen in de verte. Ze begraven dieren die bij het kappen zijn gedood. Ze maken de sporen van de bulldozers glad. En ze planten bamboe, want dat groeit snel.
Een stem uit Papua
Circia zegt dat zo de littekens van de aarde kunnen genezen.
Over de oliepalm zeggen de Marind: “De oliepalm heeft weinig vrienden en is graag alleen.” Hij laat weinig ruimte over voor andere planten en dieren. Sommigen vragen zich af of hij zijn familie niet mist.
Uit onderzoek van antropoloog Sophie Chao.

Denk mee
- Waarom noemen de Marind planten en dieren familie?
- Wat heb jij van je opa, oma of ouders geleerd dat niet in een boek staat?
- Welke plek wil jij nooit kwijtraken? Waarom?
Deel 5
Van bos naar plantage
Waarom is het bos van Circia weg? Door oliepalmen. Uit de vruchten van de oliepalm maken ze palmolie. Palmolie is goedkoop. Een oliepalm geeft namelijk veel olie op een klein stuk grond. En palmolie zit in heel veel producten.
Bos of plantage?
In een bos leven veel soorten planten en dieren samen. Een plantage is een groot stuk land met maar één soort plant. Die planten staan in lange rijen. Het bedrijf verdient geld met die ene plant.

Wat gebeurt er bij de Marind?
Sinds 2010 mogen bedrijven het land van de Marind gebruiken. Ze willen er plantages maken voor oliepalm, hout en suikerriet. Nog niet al het bos is gekapt. Maar het mag wel. En op dat land liggen sagobossen, jachtgebieden en heilige plekken van de Marind.
Als het bos verdwijnt, verdwijnt meer dan bomen. Ouderen kunnen kinderen dan niet meer laten zien waar de sago groeit. En ook niet hoe je goed voor het bos kunt zorgen. Zo verdwijnt kennis die al heel lang van ouders op kinderen gaat.
Dit weten we
- Sinds 2010 mogen 36 bedrijven bij de Marind samen ongeveer 1,2 miljoen hectare gebruiken. Dat is ongeveer een derde van het land van Nederland. (Bron: onderzoek van Sophie Chao, 2023)
- In Papua verdween tussen 2000 en 2019 elk jaar bijna 35.000 hectare bos. Dat zijn ongeveer 130 voetbalvelden per dag. (Bron: Mongabay, 2022)
- Palmolie is niet de enige oorzaak. Ook houtkap, wegen en mijnen spelen mee.
Mensen komen op voor hun land
De Marind zijn samen verdrietig en planten bamboe. Op andere plekken in Papua praten mensen met bedrijven en de overheid. Of ze stappen naar de rechter. Soms winnen ze. Dan mag het bos niet meer gekapt worden. Maar het land is daarmee nog niet officieel van hen.
Denk mee
Wie moet volgens jou meebeslissen over wat er met een bos gebeurt? Waarom?
Opdracht
Maak werkblad 3: de relatiekaart (deel A) en bos of plantage (deel B). Je vindt de werkbladen bij de downloads onderaan deze pagina.
Deel 6
Palmolie bij jou thuis
Je weet nu wat palmolie doet in Papua. Kijk nu eens bij jou thuis. Pak een pot pindakaas, een pak koekjes of een fles shampoo. Grote kans dat er palmolie in zit. Palmolie is goedkoop en je kunt het in bijna alles doen. Koekjes worden er knapperig van en zeep gaat ervan schuimen.
Dit weten we
- In ongeveer de helft van de producten met een ingrediëntenlijst zit palmolie.
- De meeste palmolie komt uit Indonesië en Maleisië.
- Rotterdam is de grootste palmoliehaven van Europa. Vanuit Rotterdam gaat palmolie naar fabrieken in heel Europa.
Niet zwart-wit
Veel boeren in Indonesië verdienen hun geld met palmolie. Andere soorten olie hebben veel meer land nodig. De vraag is dus niet alleen: wel of geen palmolie? Het gaat ook om: wat stond er eerst op die grond? En mochten de mensen die er wonen meebeslissen?
Opdracht
De palmoliezoektocht. Het gaat er niet om dat jij iets fout doet. Het gaat erom dat je weet wat er in je spullen zit. Werk met z’n tweeën. Kies zes producten: drie om te eten en drie om je te wassen of schoon te maken. Lees de ingrediëntenlijst en vul werkblad 4 in. Je vindt de werkbladen bij de downloads onderaan deze pagina.
Denk mee
Wie kan zorgen dat palmolie op een eerlijke manier wordt gemaakt? Jij, de winkel, de fabriek, de overheid of de mensen die er wonen?
Deel 7
Sampai jumpa
Onze reis zit erop. Je was in Papua. Je leerde Circia en de Marind kennen. En je zocht thuis naar palmolie.
Dit weet je nu
- Papua ligt aan de andere kant van de wereld. Het is ruim 12 keer zo groot als het land van Nederland.
- De Papua’s wonen er al voordat Nederland kwam. Ze maakten hun eigen geschiedenis. Later bepaalden anderen wat er in Papua gebeurde.
- Nederland en Papua delen een geschiedenis. Papua was een Nederlandse kolonie.
- Voor de Marind is het bos hun supermarkt, apotheek, bouwmarkt en familie. Er zijn heilige plekken.
- Als het bos verdwijnt, raakt ook kennis kwijt die al heel lang wordt doorgegeven. Wat wij kopen, heeft daarmee te maken.
Opdracht
Terug naar het begin. Pak je beginkaart erbij. Wat weet je nu meer? Wat denk je nu anders? Welke vraag heb je nog? Vul je eindkaart in.
En nu?
Je hoeft de problemen niet zelf op te lossen. Winkels, fabrieken, overheden en de mensen in Papua hebben allemaal een taak. Maar jij kunt wel leren waar spullen vandaan komen. Je kunt vragen stellen. En je kunt luisteren naar de mensen die er last van hebben.
Circia plantte bamboe op de plek waar het bos stond. Bamboe groeit snel. Zij zegt dat zo de littekens van de aarde kunnen genezen.
Sampai jumpa! Dat is Indonesisch voor tot ziens.
Extra
Is groen wel groen?
In Nederland komen steeds meer windmolens en zonnepanelen. Steeds meer mensen rijden in een elektrische auto. Zo gebruiken we minder olie, gas en kolen. Dat is beter voor het klimaat. Maar waar komen de materialen vandaan?
Nikkel in de accu
In de accu van veel elektrische auto’s zit nikkel. Meer dan de helft van al het nikkel op de wereld komt uit Indonesië. Ook op Raja Ampat zit nikkel. Dat zijn eilanden vlak bij Papua. Nederlandse onderzoekers vonden het daar al in 1956.
Rond Raja Ampat zit heel veel koraal. Bijna twee derde van alle koraalsoorten leeft daar. Tussen 2020 en 2024 is er door nikkelmijnen al zo’n 500 hectare natuur verdwenen. Dat zijn ongeveer 700 voetbalvelden. Aan een auto kun je niet zien waar het nikkel vandaan komt.
Dit weten we
- Niet elke accu is hetzelfde. In sommige accu’s zit geen nikkel. In andere zitten tientallen kilo’s.
Reken mee
Stel: er zijn drie soorten accu’s. Accu A heeft 0 kilo nikkel. Accu B heeft 30 kilo en accu C 60 kilo. In jouw straat staan 10 elektrische auto’s: 4 met accu A, 4 met accu B en 2 met accu C.
- Hoeveel kilo nikkel zit er in alle auto’s samen?
- Hoeveel is dat gemiddeld per auto?
- Waarom heeft niet elke elektrische auto evenveel nikkel?
Even tellen: heeft iemand in jouw familie, straat of buurt een elektrische auto? Tel in de klas hoeveel kinderen dat zijn.

Ook koper: de Grasberg
In deel 3 las je over Dozy. Hij vond in 1936 een berg vol koper en goud. Nu ligt daar de Grasberg. Dat is een van de grootste koper- en goudmijnen van de wereld. Koper zit in windmolens, zonnepanelen en auto’s. Bijna al het gesteente uit de mijn wordt afval. Dat afval gaat de rivier in. Daardoor is er bos onder de modder verdwenen. Tegelijk verdient Indonesië veel geld aan de mijn.

Wat vind jij?
Hier is de energie groen. Maar daar blijven afval en kapot bos achter. Is het dan nog groen? Allebei is waar. We hebben schone energie nodig. En mijnen kunnen mensen en natuur schade doen. De vraag is dus: kan het eerlijker?
Opdracht
Maak werkblad 5: is groen wel groen? Je vindt de werkbladen bij de downloads onderaan deze pagina.
Wat betekent dat?
Woordenlijst
| Papua’s | De mensen die al heel lang in Papua wonen. |
| Papoea-Nieuw-Guinea | Het land in het oosten van het eiland Nieuw-Guinea. |
| Volk | Een groep mensen met een eigen taal, eigen verhalen en eigen gewoonten. |
| Marind | Een volk in het zuiden van Papua, rond Merauke. |
| Minderheid | Een kleinere groep mensen binnen een grotere groep. |
| Kolonie | Een gebied waar een ander land de baas is, ook als daar al mensen wonen. |
| Zendeling | Iemand die naar een ander land gaat om over het christelijk geloof te vertellen. |
| Contract | Een afspraak op papier, met handtekeningen. |
| Onderzoeker | Iemand die bijvoorbeeld onderzoekt wat er in de grond en in stenen zit. |
| Grondstof | Iets uit de natuur waar je iets van maakt, zoals koper, nikkel of hout. |
| Voorouders | De mensen uit je familie die lang geleden leefden. |
| Antropoloog | Iemand die onderzoekt hoe mensen samenleven. Vaak woont die lange tijd bij hen. |
| Sago | Eten uit het binnenste van de sagopalm. |
| Noken | Een gevlochten draagtas uit Papua. Elke streek maakt hem op een eigen manier. |
| Plantage | Een groot stuk land met maar één soort plant, in lange rijen. |
| Hectare | Een stuk grond van 100 bij 100 meter. Een voetbalveld is iets kleiner. |
| Palmolie | Olie uit de vruchten van de oliepalm. |
| Zeggenschap | Mogen meebeslissen over iets. |
| Landrechten | Het recht van mensen om hun land te gebruiken en erover te beslissen. |
Downloaden
Lesbrief en werkbladen
Print de lesbrief of gebruik hem op het digibord. De werkbladen staan in een apart bestand, zodat je ze makkelijk per klas kunt printen.
Lesbrief Op reis naar Papua
17 pagina’s, met woordenlijst. 11,5 MB.
Werkbladen
7 pagina’s: begin- en eindkaart, werkblad 1 tot en met 5. 2,3 MB.

Meer dan een lesbrief
Een gastles bij de lesbrief
Wil je dat iemand van Stichting Hapin of PJNS over Papua komt vertellen? Een gastles past goed bij de lesbrief. De leerlingen kunnen dan zelf hun vragen stellen.
